Home
Vertalingen
Stukken
Strips
Genealogie
CV
Links
Zoek

 

Een fragment uit
Medea
door Natalie Haynes, vertaald door Henny Corver en FvdW


Theofane

Als er iemand in dit verhaal is die liever over het hoofd gezien zou worden, ben ik het waarschijnlijk wel. En voor het grootste gedeelte is dat ook gebeurd. Ik heb niet het leven geleid dat de mensen van me verwachtten, en ook niet het leven dat ik hoopte te leiden. Maar als ik je niet vertel wat er met me gebeurd is, zul je niet helemaal begrijpen wat er later gebeurt, met hem. Dus hoewel ik het er nooit over heb, over niets van dat alles – zelfs in de meest uitvoerige geschiedschrijvingen van deze tijd zul je vergeefs naar me zoeken – zal ik het je vertellen.

Het eerste wat ik moet zeggen zal maken dat ik ijdel lijk, maar het is gewoon de waarheid: ik was een mooi kind. Ik ben opgegroeid in Thracië, als dochter van een machtig man die Bisaltis heette. En omdat mijn schoonheid tot ver over zee werd bezongen in verhalen, kwamen er van heinde en verre mannen die probeerden me tot hun vrouw te maken.

Misschien heeft dit verhaal iets bekends? Er zijn nogal wat verhalen over vrouwen die zo mooi waren dat iedere man ernaar verlangde haar tot de zijne te maken, neem ik aan. Het enige wat ik je kan zeggen is dat dit mijn verhaal is. Ik zou ongetwijfeld met een van die huwelijkskandidaten zijn getrouwd, als mijn vader daarover had kunnen beslissen. Maar het besluit over mijn toekomst werd voor hem genomen door de god van de zee.

Alsjeblieft, doe dat nou niet. Die blik in je ogen die vraagt wie ik wel denk dat ik ben, die vrouw van wie je nog nooit gehoord hebt, die je vertelt dat ze ooit een beroemde schoonheid was, en dat een god – en niet eens een van de lagere goden – belangstelling voor me had. Klinkt dit je dan in de oren als een verhaal over hoogmoed? Ik kan je alleen maar zeggen dat niets van wat me daarna overkwam iets was wat je voor jezelf of voor je dochters gekozen zou hebben.

Poseidon verscheen in mijn vaders huis en zei tegen hem dat hij mij ging meenemen. Mijn vader kon zich niet verzetten tegen een god, en dat probeerde hij dan ook niet. Ik keek naar hem van achter een deuropening met een gordijn, en ik zag dat hij zich er zonder enige aarzeling bij neerlegde. Ik probeerde mezelf op het hart te drukken – toen en nu – dat dit geen verraad was, dat hij van me hield en zich geen betere partij voor zijn dochter kon indenken dan de zeegod. Maar in dat ene ogenblik dat ik hem ongezien gadesloeg, zag ik de emotie die doorschemerde in zijn blik, en het was geen liefde of trots, maar eerder opluchting. Hij hoefde niet meer te tobben over de vraag wie er met zijn dochter zou trouwen, en evenmin welke mannen hij tot zijn vijand zou maken door een ander te kiezen. De beslissing was hem compleet uit handen genomen.

Ik weet niet meer of hij afscheid van me heeft genomen. Ik weet nog dat zijn dienaren mijn haar vlochten en me mee naar buiten namen in de oogverblindende middagzon. Een man met donker haar en een donkere baard knikte hen toe en reikte naar mijn hand. Hierbij denk je – vermoed ik – aan een romantisch moment, toen we elkaar voor het eerst aanraakten en ik trilde van gespannen verwachting. Zet dat idee maar uit je hoofd. Ik huiverde toen hem aanraakte. Hij voelde warm en klam aan, als iemand met koorts.

Hij nam me mee naar een eiland, hoe het heette weet ik niet. Hij vertelde het me niet; hij zei helemaal niets tegen me. Ik zei ook niets tegen hem. Ik maakte mezelf zo klein mogelijk en ging ineengedoken op de grond zitten naast een spichtige boomstam. Maar hij moet mijn vader hebben verteld waar hij me naartoe zou brengen, omdat Bisaltis dat vertelde aan de mannen die met me wilde trouwen.

Probeerde mijn vader op die manier te bereiken dat ik gered werd? Ik weet het niet. Hoeveel mannen zijn er nodig om het op te nemen tegen een god? Ik had nauwelijks met een van de huwelijkskandidaten gesproken, wat hen blijkbaar vreemd genoeg niet op andere gedachten had gebracht. Ze legden hun oude vijandschappen terzijde en voeren met zijn allen de zee op. Wel een risico, zou je zo zeggen, om op die manier achter Poseidon aan te gaan. Iedereen die hem tegen zich inneemt kan heftig stormweer en woeste zeeën verwachten.

Maar Poseidon liet ze niet verdrinken. Misschien waren er te veel zonen van Zeus of Apollo aan boord. In plaats daarvan richtte hij allereerst zijn aandacht op de bewoners van het eiland. Had ik nog niet gezegd dat er daar mensen waren? Ik kon met niemand daar praten, natuurlijk: niemand durfde in mijn buurt te komen. Ik nam ze dat niet kwalijk en het hielp ook niet, omdat hij ze evengoed in runderen veranderde. Toen veranderde hij mij in een ooi en zichzelf in een ram.

Het is moeilijk te beschrijven hoe weinig verschil dat maakte. Ik weet hoe gruwelijk het is om je gedaante, je stem en je zelfbeschikking te verliezen, maar twee daarvan was ik al kwijt. En waarom? Om mijn schoonheid, iets waarover ik ook geen zeggenschap had. Ik was net zo min in staat om de ram af te wijzen als de god.

De huwelijkskandidaten kwamen aan op een schijnbaar onbewoond eiland. Als ze het al vreemd vonden om runderen en schapen te zien, maar geen herders, lieten ze zich daar niet lang door ophouden. Ze namen snel een kijkje, maar het waren er zoveel en het was zo'n klein eiland dat het niet lang duurde voordat ze weer wegvoeren.

Hij veranderde de eilandbewoners niet terug in mensen, maar hield ze als veestapel. Mij gaf hij wel mijn menselijke gedaante terug, omdat hij daar een voorkeur voor had, vermoed ik. En hij liet me achter op het eiland, waar ik het grootste deel van de tijd alleen was, afgezien van het rundvee. Af en toe keerde hij terug, maar toen hij had gezien dat ik zwanger was kwam hij minder vaak.

En dat is nu het enige waarom ik bekend ben, voor zover ik dat ben dan. Bezwangerd door Poseidon in de gedaante van een ram.

In zekere zin vond ik het een opluchting dat hij me met rust liet, hoewel ik de klank van gesproken taal miste en het gezelschap van mensen die konden antwoorden. Ik praatte natuurlijk met de koeien, maar ik wist nooit of ze me konden begrijpen en of hij ze zowel geestelijk als lichamelijk in dieren had veranderd. Een poos lang hoopte ik dat een schip het eiland zou passeren en me zou ontdekken, maar Poseidon wist hoe hij ze uit de buurt moest houden, en er kwam dus geen enkele zeeman.

Toen ik zijn zoon ter wereld bracht, was het ook een ram. En je zult het wel dwaas van me vinden wanneer ik je vertel dat ik evenveel van hem hield als wanneer hij een mens was geweest. Ik praatte met hem zoals moeders met hun baby praten, ik zoogde hem, koesterde hem en zorgde voor hem, en ja, ik hield van hem.

Ik had beter moeten weten en niet zo dom moeten zijn. Want wat zou Poseidon doen als hij zag dat ik voor ons kind een liefde koesterde die ik voor hem nooit had gevoeld? Wat zou hij anders doen dan het kind weghalen en het ergens anders naartoe brengen, ver weg?

Meer over dit boek


© Frits van der Waa 2025