Home
Vertalingen
Stukken
Strips
Genealogie
CV
Links
Zoek

de Volkskrant van 25 november 1991, Kunst, interview

Peter Eötvös baseerde zijn Hyperion op de allereerste, Venetiaanse versie

"Het stuk heeft geen einddoel, het is zuiver muziek"

AMSTERDAM - "Het bijzondere van Hyperion is dat de volgorde van de afzonderlijke stukken niet is vastgelegd. Maderna heeft tijdens zijn leven bij elke uitvoering een andere volgorde bepaald." De van origine Hongaarse dirigent en componist Peter Eötvös (47) heeft de losbladige verzameling composities, die samen Hyperion vormen, opnieuw speelklaar gemaakt.

Die taak is hem niet zwaar gevallen: "Maderna's partituren zijn heel helder, ik heb nergens hoeven ingrijpen. De stukken zijn ook afzonderlijk, concertant, te spelen. Maar dat is moeilijker, omdat sommige delen eenvoudigweg geen eind hebben. Maar dat kwam mij juist van pas: zo kon ik veel beter doorgaan met het volgende onderdeel. Door het dramaturgische verloop krijgen de stukken, in samenhang met elkaar, een betere belichting."

Maderna heeft dat verloop weliswaar vrij gelaten, maar van volstrekte willekeur is volgens Eötvös geen sprake: "Zo maar wat achter elkaar plakken, dat is onzin. Mijn versie is, zeg maar, muziekwetenschappelijk juist. Omdat ik er alleen die stukken in heb verwerkt die Maderna zelf ook heeft gebruikt. Omdat ze allemaal te maken hebben met Hölderlin en omdat overal dezelfde instrumentatie wordt toegepast."

Happening

Hoewel Eötvös al in 1966 voor het eerst naar de Ferienkurse in Darmstadt ging, waar Maderna woonde en waar hij op z'n 53ste stierf, heeft hij hem zelf nooit ontmoet. De drie opvoeringen van Hyperion kent hij alleen uit beschrijvingen: "De première in Venetiëhad bijvoorbeeld een happening-achtige regie, met veel vrijheid en improvisaties. Tijdens de voorbereidingen is veel geprobeerd en veranderd."

Eötvös: "Hyperion heeft geen story, er is geen einddoel, het is zuiver muziek. De rode draad is eigenlijk Hölderlin, die gepersonifieerd wordt door de fluitist. Hij is de dichter, die door het hele stuk heenzwerft. Dan is er "de vrouw" – je zou haar ook Diotima, Hölderlins muze, kunnen noemen. De teksten van Hölderlin die Bruno Ganz voordraagt, dat is een inbreng van de regisseur. Grüber werkt al lang met Ganz samen."

Eötvös heeft zich vooral op het materiaal van de allereerste, Venetiaanse opvoering geöriënteerd. De opbouw van zijn versie heeft niets te maken met eerdere regie-concepten: "Ik heb als leidend idee gekozen dat in het begin de menselijke stem wordt vertegenwoordigd door het bandstuk Le Rire, dat Maderna zelf ook altijd gebruikte.

"De voorstelling begint bij mij dus met een lachende, sprekende, zingende en gemoduleerde, maar onzichtbare menselijke stem. Die gaat over in een spreekkoor. Na muziek die slechts muzikaal spreekt, en de sopraan-aria, komt wat in mijn vorm het middelpunt is: het instrumentale Stele per Diotima. Dat is het graf, Diotima's graf. Daar ligt bij mij de gulden snede, zeg maar"

Climax

Klaus Michael Grüber is medeverantwoordelijk voor deze "klassieke" opbouw. "Voor ik aan het werk ging", vertelt Eötvös, "heb ik hem gevraagd wat hij liever had: dat het stuk abrupt, als het ware in medias res, zou beginnen, of dat het langzaam zou opbouwen naar een climax. Hij koos voor het tweede. Maar wanneer de regisseur een andere dan Grüber zou zijn geweest, Chereau bijvoorbeeld, dan had het stuk best met een dolkstoot kunnen beginnen en had het een heel andere vorm gehad".

Eötvös omschrijft Hyperion, ondankas de vrije vorm. als een werk met een grote stilistische eenheid. "Het idioom is lyrisch, zeer rijk aan uitdrukking en sterk gearticuleerd. Elke toon moet geëngageerd zijn, niet espressivo in de romantische betekenis, maar in positief-theatrale zin voorgedragen.

"Ik geloof dat, wanneer het beeld van Bruno die zo fantastisch dirigeerde vervaagd is in de herinnering, zijn muziek nog steeds een grote waarde zal hebben, omdat ze een heel grote zuiverheid heeft die je heel scherp waarneemt.

"Het probleem bij hem was de voortdurende tijdnood. Het is bijna niet te doen, zowel dirigeren als componeren. Daarom zijn z'n stukken, afzonderlijk beschouwd, in zekere zin allemaal onvoltooid. Hij had steeds het gevoel: het is nog niet klaar. Hij heeft niet voortdurend aan hetzelfde stuk verder gepeuterd, maar telkens iets nieuws gemaakt."


© Frits van der Waa 2006