Home
Vertalingen
Stukken
Strips
Genealogie
CV
Links
Zoek

de Volkskrant van 15 juni 1992, Kunst, recensie

Zielstriemende muziek van Galina Oestvolskaja

Holland Festival. Oestvolskaja-programma door het Ensemble St Petersburg o.l.v. Oleg Malov. Paradiso, Amsterdam.

Galina Oestvolskaja zet in haar muziek de tijd achter tralies. De tonen mokeren met ijzeren regelmaat tegen het hekwerk, en slechts heel af en toe mag er een tussendoor glippen. Elke toon, hard of zacht, lang of kort, hoog of laag, is een slag. Maar toch, en dat is het fascinerende, vormen ze samenhangende figuren.

Oestvolskaja's muziek is lineair. De hoekige patronen en uitgemergelde muziekskeletten zijn dan wel gekluisterd aan het hek, maar ze zijn niet onderworpen aan de cyclus van de maatstreep. Ook onderling zijn ze schijnbaar onafhankelijk van elkaar. Ze hebben hun eigen toonaarden, en worden geregeerd door een contrapunt dat noot tegen noot wringt alsof het gaat om tegengestelde magneetpolen.

Het is drie jaar geleden dat in Nederland voor het eerst muziek van Oestvolskaja, nu bijna 73, werd uitgevoerd. Hoewel haar muziek inmiddels niet meer de verblindende bliksemflits van het nieuwe en onbekende teweegbrengt, en hoewel repeterende opnametechnici zich niet ontzagen er hardop doorheen te praten, zal menigeen vrijdagavond met gestriemde ziel Paradiso verlaten hebben.

Er is een zekere evolutie te bespeuren in de zes indringend uitgevoerde composities, die reikten van het Octet uit 1950 tot de Symfonie nr 5 uit 1990. In de Sonate voor viool en piano uit 1952 bijvoorbeeld suggereert de heldere meerstemmigheid nog een zweempje van classicisme. In later werk wordt de 'melodie' niet meer zozeer gevormd door tonen als wel door dicht opgepakte, venijnige clusterakkoorden.

Dat begint al in een naar verhouding capricieus stuk als het Duet voor viool en piano uit 1964. De recente Vijfde Symfonie ('Amen'), die de opmerkelijke bezetting heeft van slechts vijf muzikanten en een spreekstem, was het enige stuk dat niet ten volle overtuigde, met zijn opvallende vierkwartsmaten en zijn repeterende structuur.

Desondanks was het alsof al die stukken samen één grote compositie vormden. Hun lading is nagenoeg identiek. Het is de soms mystieke, beklemmende zwartheid, die ook bij Moessorgski en Sjostakovitsj te beluisteren is, maar dan in haar meest extreme gedaante.


© Frits van der Waa 2006