de Volkskrant, Kunst & Cultuur, 2 april 2009 (pagina K18)
Bachs WTK eindelijk eens op orgel
Bach: Das wohltemperierte Klavier I. Wim Dijkstra, orgel. SCB (2 cd's). www.wimdijkstra.nl.
Bach: Das wohltemperierte Klavier I. Martin Stadtfeld, piano. Sony (2 cd's).
Das wohltemperierte Klavier is voor menig toetsenist het alfa en omega van de muziek. De bundel,
die Bach in 1722 samenstelde, bevat 24 preludes en fuga's, een cyclus die alle majeur- en mineurtoonsoorten
doorkruist. Dat was vóór die tijd niet mogelijk, omdat toen stemmingen in zwang waren waarin
C grote terts zuiverder klonk dan nu, maar toonsoorten met veel kruisen of mollen onbruikbaar waren. Bach
was dus erg modern met zijn 'wohltemperierte' stemming. In 1742 voegde hij er een tweede deel aan toe, dat
dezelfde opzet heeft.
De muziek van het WTK wordt vrijwel uitsluitend op het historische klavecimbel of de anachronistische,
maar o zo flexibele piano gespeeld. Eigenlijk nooit op orgel. Dat is vreemd, want Bach was natuurlijk een
orgelcomponist bij uitstek. Wim Dijkstra, die op het orgel van de Nicolaaskerk in Purmerend het hele
eerste deel van het WTK heeft vastgelegd, dicht daarmee een wonderlijke leemte in het cd-aanbod. Het in
2003 gerestaureerde Garrels-orgel stamt uit 1742, Bachs eigen tijd, dus dat het een zinnige onderneming
is hoeft geen betoog.
Het is een feest om deze stukken eens in een ander gewaad te te horen, al zal vast niet iedereen het
aldoor eens zijn met Dijkstra's tempi of registerkeuzes. Vooral de lange lijnen profiteren uiteraard van
de 'eeuwig' doorklinkende orgelpijpen. De sfeer is overwegend ingetogen en ietsje meer sjeu was op zijn
plaats geweest.
Waar het Dijkstra aan schort, dat heeft de 28-jarige Duitse pianist Martin Stadtfeld in overmaat:
persoonlijkheid heet zoiets. Stadtfeld is absoluut begaafd en wat hij doet, is technisch indrukwekkend.
Zijn interpretaties zijn gedeeltelijk behartigenswaardig, maar even vaak zijn ze ergerlijk, nu eens door
extreem gejakker of gefleem, dan weer door genadeloos getimmer en overdreven uitgelichte thema's of
motieven. Stadtfeld doet op die manier iets wat maar weinig musici bereiken: Bach zo spelen dat je er niet
meer naar wilt luisteren.
Bach: Toccaten & Fantasien für Orgel. Bernard Foccroulle. Ricercar.
Het Schnitgerorgel in de Groningse Martinikerk heeft een zeldzame noblesse, maar er is ook wel een
organist van formaat voor nodig om dat optimaal naar voren te brengen. De Waalse organist Bernard
Foccroulle is zo'n musicus. Hij beschikt over vingers waar een vloeiend legato in zit, een oor voor rake
registercombinaties en en neus voor mooie muziek. Bij Bach ligt die voor het oprapen, maar toch zit er
tussen de grote klappers als de Toccata en fuga in d en de Passacaglia in c nog een zeldzaam
snuisterijtje. Het koraalvoorspel Wo Gott Der Herr Nicht Bei Uns Hält draagt het raar hoge nummer
BWV 1128, want het manuscript van dit werk werd nog maar een jaar geleden is teruggevonden. Niet te
versmaden, al was Foccroulle niet snel genoeg voor de plaatpremière.
Bach: Concertos. Julia Fischer, Academy of St. Martin in the Fields. Decca.
Bach: Concerts IV. Café Zimmermann. Alpha.
Het vioolgodinnetje Julia Fischer glorieert in vier Bach-concerten, met een verrukkelijk naturel geluid,
en een sublieme balans tussen distantie en expressie. Andrej Rubtsov levert in het concert voor viool en
hobo een minstens zo mooie tegenpartij.
Vergeleken daarbij doet het vioolconcert BWV 1041 op de
historische instrumenten van Café Zimmermann wat droogjes aan. Primarius Pablo Valetti is met alle
respect ook geen Fischer. Plezierig klinkt het wel, maar dankzij twee lustig snorrende klavecimbels, een
snikkende traverso en een hemels trompetje zit er in de overige drie concerten op de cd meer esprit.
© Frits van der Waa 2009